Cherella Gessel grijpt terug naar ancestrale banden en rituelen in nieuwste voorstelling Kenki Krin Krin
Cherella Gessel is een theatermaker, danser en acteur uit Amsterdam. In hun nieuwe voorstelling KENKI KRIN KRIN vertelt hun het verhaal van alles wat hen maakt tot wie hen is, dit doet hen hangend aan een paal, zingend, dansend en rappend. Van diaspora tot queer tot spiritualiteit, het zit er allemaal in. Gessel grijpt terug naar verbinding met diens Surinaamse voorouders en laat zich door hun leiden. Hen is de wereld over gereisd om te zien hoe andere delen van de Afro-diaspora dit doen. Als een puzzel valt KENKI KRIN KRIN in elkaar en staat Gessel 26 September in Bijlmer Parktheater voor de premiere, waarna er een tour door Nederland en België volgt.
Wat heeft je geïnspireerd om de voorstelling KENKI KRIN KRIN te maken?
Ik woon in Amsterdam, ik ben hier geboren en deels opgegroeid. Maar een groot deel van mijn jeugd heb ik ook in Emmen in Drenthe doorgebracht. Dat was best wel intens, want er zijn niet zoveel mensen van kleur, niet zoveel zwarte mensen of mensen van Surinaamse afkomst. Dus ik heb daar met heel veel racisme te maken gehad. Pubertijd is sowieso al een complexe tijd, geloof ik, om uit te zoeken wie je bent, hoe en wat, vrienden, school. Maar in alle heftigheid was dans voor mij echt een manier om tot mezelf te komen en ook mijn mensen te vinden. De meeste van mijn close friends waren dan ook andere dansers. Dat was een gesprek dat we konden hebben met het lichaam, ongeacht waar we vandaan kwamen of wat we doormaakten, of de situatie thuis of op school.
Dans is dus heel belangrijk geweest voor jou, een soort houvast?
Ja, precies, meer dan ik me besefte, een aantal jaar terug, in 2023, zei ik tegen mezelf, oké, volgens mij is het weer tijd om een nieuw maakproces aan te gaan. Ik had daarvoor in 2020 Yoniverse gemaakt, ook een multidisciplinaire voorstelling, solo.
Dat was heel leuk samen met Samora Bergtop als coach en eindregisseur. Maar in 2023 had ik iets van; oké, ik denk dat ik dat hoofdstuk nu wel af kan sluiten. Ik wil toch wel weer meer in mijn lichaam gaan zitten en terug naar dans.
Wanneer ben je voor het eerst begonnen met dansen?
Met dans? Oh, dat is onderdeel van de cultuur, ik ben daarmee opgevoed. Ik heb een herinnering van toen ik een jaar of drie, vier was, waarbij ik bij mijn tante thuis, hier in Amsterdam, was. Ik was vaak bij mijn tante. Mijn oudere nicht, zij zat toen in haar puberteit, die zei tegen mij, mijn nichtje en mijn neefje van dezelfde leeftijd; “komen jullie hier, begin met je heupen te draaien, doe iets, jij bent stijf, doe, begin”. Dus dat is een van mijn eerste herinneringen van echt leren dansen, of echt op een bewuste manier je lichaam gebruiken in conversatie met muziek.
“Voor mij zijn het verschillende werelden, verschillende eilandjes die ik ook los probeer te voeden om verhalen te vertellen”
Zou je jezelf dan meer een danser of een theatermaker noemen?
Ik zou mezelf een storyteller noemen, of niet? Ja, ik noem mezelf een storyteller, omdat ik dus inderdaad theater maak en dans, beweeg, maar ook schrijf, rap, poetry, etcetra.
Je bent ook make-up artiest, heel veel disciplines, hoe verhoudt zich dat allemaal tot elkaar en waar ligt voor jou dan de focus?
Ik zie theater als een cohesie tussen al die verschillende disciplines, dus ja, op die manier mag het samenkomen als een soort lijm, bijvoorbeeld met zo'n performance piece als KENKI KRIN KRIN. Voor mij zijn het verschillende werelden, verschillende eilandjes die ik ook los probeer te voeden om verhalen te vertellen.
En de focus is dus het verhaal wat verteld moet worden. Vanuit daar kies ik dan welke discipline daar het beste bij past. En dat is eigenlijk ook een beetje hoe de voorstelling in elkaar zit.
Er zijn heel veel disciplines, heel veel kanten van jou, als ik het goed heb begrepen, die allemaal samenkomen. Hoe wil je dat in één geheel gaan stoppen? Ben je niet bang dat er iets onderbelicht wordt?
Ja, je kan nooit alles vertellen in één uur. Dus dat is echt een kwestie van keuzes maken, prioriteiten stellen. Maar in dit verhaal gaat het voor mij voornamelijk over het reclaimen van een jeugd die ik toch liever anders had beleefd. En nu als volwassene de vrijheid hebben om wel te kunnen spelen, de ruimte hebben om te kunnen spelen en spel als onderdeel van mijn praktijk. Dus die reis naar dit punt, van toen naar nu. Wat heeft mij geholpen in het proces? Wat zijn de elementen? Welke mensen? Welke entiteiten? Dat is ook hoe het verteld gaat worden. Niet elk onderdeel van het verhaal heeft een rapnummer nodig. Niet elk onderdeel heeft nodig dat ik ondersteboven in de paal hang. Dat wordt dan het onderzoek tijdens de repetities, en dat is dan het maakproces. Wat heeft wat nodig? Heel specifiek steeds meer trechteren en ja, kijken hoe dat op elkaar mag aansluiten.
Moet je de kern dan ook nog een beetje uitzoeken of weet je al wat dat is?
Ja, ik weet al wat de kern is, het is dat ik eigenlijk altijd een ancestrale stem heb gehoord om me te begeleiden in dit kwetsbare proces. Nu is het dus even jongleren met al die disciplines en specifieke woorden, specifieke choreografieën.
“En ik stond daar en ik heb gewoon zitten janken tijdens die les. Ik ben hier gewoon”
Kan je wat meer vertellen over het proces? Je bent in veel landen geweest. Had je eerst het idee en besloot je toen te gaan reizen? Hoe is dat gegaan?
Het voelt alsof het in parallelle lijnen liep, want ik had dus de behoefte om weer een nieuw stuk te maken. Maar ook de behoefte om me te ontwikkelen naar weer een nieuwe versie van mezelf, persoonlijk, maar ook als artiest. Én ik had de behoefte om buiten Nederland te onderzoeken, leren en experimenteren. Zo heb ik het in elkaar kunnen klikken. Het was best wel een puzzel, moet ik zeggen. Een confronterende puzzel ook.
Want je gaat niet zomaar even reizen. Ik ben onder andere naar Brazilië geweest. Al sinds 2022 zag ik op Instagram filmpjes van danslessen in Salvador, Bahia in Brazilië. Dat is waar de meeste zwarte mensen wonen in Brazilië.
Dus die Pan-Africanism, Afro-spiritualiteit, ancestrale energie, is daar heel sterk. Ik zag het online en ik dacht gewoon, ik moet daarheen. Ik wil leren over hoe ik steeds meer Afro-spiritualiteit kan implementeren en incorporeren in mijn werk als podiumkunstenaar. Dat is zeker een van de plekken waar ik wil leren; hoe doen zij dat vanuit de Afro-diaspora en dan ook nog eens buiten het Westen.
Fast forward naar twee jaar later, heb ik besloten; oké ik ga naar Senegal, naar L'École des Sables, naar de Biennale van Afro Contemporary Art, naar New York etcetera. Op een gegeven moment was ik vanuit Suriname naar Brazilië gegaan en stond ik in een van die lessen. Een specifieke les van Tati Campelo, een danschoreograaf. Ik was in die les met allemaal geweldige dansers, lokale dansers, maar ook dansers van over de hele wereld, die ook kwamen leren of gewoon even een lesje meedoen. Dat geschreeuw van Tati Campelo live horen, die live drums. Want er was een hele percussieband die de hele dansles begeleidde. En ik stond daar en ik heb gewoon zitten janken tijdens die les. Ik ben hier gewoon.
Waar werd je precies zo emotioneel van?
Het was alles tegelijk. Ik had er jarenlang naar uitgekeken om dit te kunnen doen en het was eindelijk gelukt. Dat ik het mocht voelen en mocht horen en ervaren, helemaal bezweet- of het nou een traan of een zweetdruppel was, dat had je dan ook niet door.
En ook nog eens, het willen delen met je mensen en met je community hier in Nederland. Het raakte me bijvoorbeeld best wel dat de dansers of performers die ik de maanden daarvoor in Suriname had ontmoet, niet de middelen hebben om daar (Brazilië) zo'n lange tijd (2,5 maanden) te zitten en de lessen te volgen zoals ik dat daar deed. Maar ook mijn vrienden en community hier in Nederland, geweldige dansers, die of wel zijn geweest of zouden willen, maar niet zo goed zouden weten hoe daar te geraken. En dan heb je nog de taalbarrière. Ik spreek nog steeds geen vloeiend Portugees.
We hadden het net over dans, dat je daarmee bent opgegroeid. Wanneer kwam voor jou de realisatie dat je ook theater wilde gaan maken of dat je dat misschien wilde gaan combineren?
Ik had als kind wel de droom van acteren en ik had heel erg film in mijn hoofd. Maar toen ik weer terugkwam in Amsterdam rond mijn 21ste, toen had ik zoiets van oké, hoe kan ik dat wat ik wil bereiken of dat waar ik van droom, hoe kan ik dat toegankelijk maken voor mezelf? En hier in Amsterdam, weet je, je hebt zoveel mogelijkheden als het gaat om danslessen volgen. En als het gaat om acteren specifiek, dan is film niet zo toegankelijk. Dus dan kom je al snel terecht bij theater.